Perfecte belichting

De digitale sensor in je DSLR heeft precies de juiste belichting nodig om een perfecte foto te kunnen maken.

In deze Tips & Tricks wil ik iets dieper in gaan hoe een DSLR camera het aanwezige licht meet en op basis daarvan de juiste belichtingsinstelling bepaalt. Verder laat ik zien dat door het aanpassen van de belichting de foto in positieve zin beïnvloed kan worden. Of door juist andere instellingen te kiezen, de foto negatief beïnvloedt wordt.

Een lichtmeting is iets wat elke camera doet voordat de foto genomen wordt. Dit onderdeel van de belichting kan op twee manieren worden berekend.

  1. Gereflecteerde lichtmeting; bij deze lichtmeting wordt het zoals de naam al zegt het gereflecteerde licht gemeten.
    In deze situatie zal de camera de lichtmeting voor je doen, hierbij uitgaande van al het gereflecteerde licht van het onderwerp richting de camera. Het is dan ook noodzakelijk om de camera te richten op het onderwerp voor een correcte meeting.
  2. Opvallend lichtmeting; bij deze lichtmeting wordt het licht dat op het onderwerp valt gemeten. Om het licht te meten wat op het onderwerp valt zul je een losse lichtmeter met diffuser moeten gebruiken, want de lichtmeting gebeurt in dit geval op het onderwerp zelf en dan gericht op de camera. Deze lichtmeting is echter niet geschikt om te gebruiken bij tegenlicht situaties.

1           Gereflecteerde lichtmeting:

 

  • Uit welke elementen bestaat belichting?

Zoals in het artikel Handmatig Fotograferen behandelt zijn er drie factoren die de belichtingsinstelling beïnvloeden:

  1. Sluitertijd: De tijd dat de sensor wordt belicht. Dit kan een uiterst korte periode zijn, bijvoorbeeld 1/4000 seconde, of een veel langere periode, bijvoorbeeld wel 30 seconden of nog langer.
  2. Diafragma: De grootte van de opening in het objectief waardoor licht valt. Bij een grote diafragmaopening, bijvoorbeeld f/2,8, wordt er veel licht doorgelaten. Bij een kleine diafragmaopening, bijvoorbeeld f/16, komt er weinig licht door de lens.
  3. ISO-waarde: De gevoeligheid van de digitale sensor. Een lage ISO-waarde, bijvoorbeeld 100, zorgt voor een lage gevoeligheid. Bij een hoge ISO-waarde, bijvoorbeeld 12.800, is de sensor veel lichtgevoeliger. (Maar ook de digitale ruis neemt daarmee toe.)

(Klik nog even hier voor de uitgebreide beschrijving van deze 3 instellingen.)

  • Meetmethoden

De belichtingsmeter in je DSLR-camera meet de helderheid van het licht dat door het objectief valt.

Op basis hiervan worden de sluitertijd, het diafragma en de ISO-waarde ingesteld of word je geholpen om de juiste instellingen te selecteren voor een correcte belichting. De meeste huidige DSLR-camera's kunnen vier meetmethoden gebruiken. Raadpleeg voor meer informatie de instructiehandleiding die bij de camera is geleverd. De verschillen tussen de meetmethoden worden hieronder beschreven.

Meervlaksmeting, Matrixmeting of multi-segment meting:

Meervlaksmeting, eigenlijk van origine een Canon terminologie, maar wordt tegenwoordig veelgebruikt in de fotografie. Het is een goede meetmethode voor algemeen gebruik, het beeldgebied wordt in een aantal zones verdeeld waardoor het gehele beeld wordt gemeten en niet alleen een onderwerp dat direct in het midden staat. De camera verdeelt het gehele beeld in zones en vergelijkt de lichtmeting van al deze zones met de algehele belichting. Meetsensoren bepalen de helderheid van het licht in elke zone, waarbij het focuspunt ook een belangrijke factor speelt. Veel DSLR camera’s gebruiken bijvoorbeeld maar liefst 63 zones. Iedere fabrikant heeft weer een net iets andere manier van meten, maar veel verschillen zitten er voor de gebruiker niet in.

Spotmeting:

Met spotmeting wordt een heel klein gedeelte in het midden vast gezet voor de lichtmeting. Dat gedeelte is slechts 1,5-4% (e.e.a. afhankelijk van het cameramodel) van het totale formaat van je foto. Dit is een goede manier van werken als je in het absolute midden van je beeld een middengrijs voorwerp hebt (of een grijskaart). Als je het midden van je camera mikt op een donker of juist een licht voorwerp dan zal je een incorrecte lichtmeting krijgen. Als je mikt op een licht voorwerp, dan zal je foto te donker worden en als je mikt op een donker voorwerp, dan wordt je foto te licht.

Een manier om deze meetmethode toch goed te gebruiken is om iets te meten dat middengrijs qua toon is. Gras is dat bijvoorbeeld, maar ook een krant met veel tekst of een stoep zijn bekende voorbeelden die over het algemeen een middengrijze toon hebben.

Bij het gebruik van de spotmeting zal je de lichtmeting vast moeten zetten met de AE-lock (de asterix).

Deelmeting:

De deelmeting werkt eigenlijk net zoals spotmeting, maar dan met een grotere cirkel. Meestal ligt dit zo rond de 6-10% van je foto. Dit is effectief als de achtergrond door bijvoorbeeld tegenlicht veel lichter is dan het onderwerp.

Een spotmeting en een deelmeting zijn met elkaar te vergelijken, de keuze welke meting toe te passen is naast de grootte van het grijsvlak o.a. ook afhankelijk van de grootte van het onderwerp.

De drie bovenstaande meetmethodes kijken voornamelijk naar het midden van je beeld. En als je dan als fotograaf je onderwerp uit het midden wilt hebben zal je dus de AE-lock moeten gebruiken om deze belichting ‘vast’ te houden. Niet alleen is dit vaak onhandig als je onderwerp uit het midden ligt, ook wil dit wel eens een te lichte of te donkere foto opleveren omdat het midden niet helemaal representatief is voor het gehele beeld.

Meting van middelpunt-gemiddelde, of centrum gewogen:

Hierbij richt de camera zich meer op het centrale gebied van de zoeker door de belichting af te stemmen op het centrale gebied en neemt daar het gemiddelde over om de volledige scène te bepalen (zie schematische weergave).
Deze manier van meten werkt goed als je onderwerp in het midden van de opname is. Als dat niet het geval is, zal je het midden van de foto moeten richten op je onderwerp. Door nu de belichting vast te zetten met de AE vergrendeling (vaak de asterix) houd je deze belichting vast voor de opname.

Deze manier van lichtmeten is een oude bekende. Oude(re) analoge camera’s hadden vaak alleen deze manier van licht meten beschikbaar.

  • Zie het verschil in Live View:

Bij digitale fotografie is een foto die je hebt gemaakt na zo'n twee seconden zichtbaar (tegenwoordig gaat dat zelfs nog wel sneller). Bij Live View-opnamen zie je echter hoe je foto eruit komt te zien voordat je hem maakt.

Wanneer je in Live View op de knop 'Info' drukt wordt het histogram getoond, zodat je de belichting kunt controleren. Het is de bedoeling dat de lijnen van het histogram binnen de grafiek vallen. Als de lijnen te veel naar links staan verdwijnen de details in schaduwpartijen. Als de lijnen te veel naar rechts staan verdwijnen de details in lichte tinten.

Belichtingscompensatie:

Soms leveren de metingen van je DSLR-camera niet de gewenste belichting op.

Wanneer je bijvoorbeeld een sneeuwlandschap of een bruid in het wit fotografeert, wordt de belichtingsmeter van je camera mogelijk op het verkeerde been gezet vanwege de hoeveelheid wit binnen het kader. In dat geval moet je de belichting hoger instellen dan de camera aangeeft.

Met de functie Exposure compensation (Belichtingscompensatie) van je DSLR-camera doe je dit in een handomdraai. Je vindt deze functie op het LCD-scherm boven op de camera of op het scherm aan de achterkant van de camera. De instelling varieert meestal van -3 tot +3, waarbij een kleine indexmarkering de geselecteerde waarde aangeeft. Op veel DSLR-camera's verander je de instelling door op de knop '±' aan de achterkant van de camera te drukken en vervolgens aan het hoofdinstelwiel te draaien, zodat de indexmarkering van '0' naar een hogere of lagere instelling voor de belichtingscompensatie gaat. Raadpleeg de instructiehandleiding van je camera voor meer informatie.

01_Bugs_-2
02_Bugs_-1
03_Bugs_0
04_Bugs_1
05_Bugs_2

In het voorbeeld hierboven is duidelijk te zien dat de standaard belichting op een zo'n groot wit oppervlak eigenlijk een onderbelichte foto oplevert. Onderstaande foto is daarom met een +0,5 stop gemaakt om het onderwerp iets beter tot zijn recht te laten komen.

Voor een helder sneeuwlandschap kan een belichtingscompensatie tot +2 nodig zijn. De instelling +1 is waarschijnlijk voldoende voor een bruid in een witte jurk. Een negatieve belichtingscompensatie wordt gebruikt voor donkere onderwerpen, met name als ze het kader vullen of de achtergrond donker is, bijvoorbeeld blauwe en paarse bloemen op een achtergrond van groene bladeren.

In de Live View-modus kun je belichtingscompensatie toepassen en het resultaat bekijken voordat je een opname maakt.

Autoexposure bracketing (Reeksopnamen met automatische belichting) (AEB)

Je kunt de belichtingscompensatie automatisch instellen met de functie Autoexposure bracketing (Reeksopnamen met automatische belichting) (AEB).

Hierbij worden snel na elkaar drie foto's gemaakt, waarbij voor elke foto een andere belichtingscompensatie wordt gebruikt. Je kunt beginnen met de standaardinstelling van de camera (meestal een 0,5 stop) en naar wens hogere en lagere compensatieniveaus selecteren (bijvoorbeeld -1, 0, +1 of -2, 0, +2).

De belichtingswaarde (sluitertijd of diafragma) die op basis van de compensatie-instelling wordt gebruikt, is afhankelijk van de gekozen opnamemodus. Bij Shutter-priority (Tv) (Sluiterprioriteit (Tv)) wordt het diafragma gewijzigd, terwijl bij Aperture-priority (Av) (Diafragmaprioriteit (Av)) de sluitertijd wordt gewijzigd. Je kunt een van deze waarden of beide waarden wijzigen in de modus Program AE (P) (AE-programma (P)).

AEB is met name handig als de ingestelde belichting je niet bevalt maar je niet zeker weet hoe je deze moet aanpassen. Deze functie heeft echter ook een andere toepassing: fotografie met een hoog dynamisch bereik.

  • High Dynamic Range (HDR) (Hoog dynamisch bereik)

Het dynamische bereik in een scène dat door een digitale sensor kan worden vastgelegd is beperkt. Wanneer je kiest voor meer detail in lichte delen, zoals de lucht, gaan er waarschijnlijk details in de donkere partijen verloren. En wanneer je de belichting aanpast om de details in donkere partijen vast te leggen, gaan er waarschijnlijk details in de lichte delen verloren.

Een manier om deze beperking te omzeilen is door twee of meer foto's met verschillende belichtingen te maken en deze foto's samen te voegen tot één foto. Hierdoor wordt het dynamische bereik vergroot en kunnen zowel de details van de lichte als de donkere delen worden weergegeven. Dit wordt High Dynamic Range (HDR) (Hoog dynamisch bereik) genoemd.

01_IMG_0987
02_IMG_0990
03_IMG_0993

Boven: de drie foto's die door de camera tot één foto worden samengevoegd
met daaronder het resultaat (de uiteindelijke HDR tegenlicht foto)
Onder: het verschil tussen de foto nemen in de Automatische stand t.o.v. de HDR tegenlicht stand

Zadel_Auto
Zadel_HDR_Tegenlicht
Zadel_Auto
Zadel_HDR_Tegenlicht

Tegenwoordig gaat HDR veel verder dan alleen tegenlicht "wegfilteren", veel HDR foto's krijgen door extra te spelen met het licht een surrealistisch effect mee. (Geen eigen foto)

Je kunt HDR-opnamen maken met de Fotobewerkingssoftware. Maak eerst drie foto's met AEB, bijvoorbeeld met de instellingen -2, 0 en +2. Breng de beelden over naar een computer en start je bewerkingsprogramma. Kies het HDR Tool, selecteer de drie opnamen en klik op start HDR. In de software wordt nu de samengestelde HDR-opname weergegeven, met schuifbalken om de helderheid, de verzadiging, het contrast en diverse instellingen voor verbetering van de details te wijzigen.

Tegenwoordig hebben alle DSLR-camera's minimaal de functie 'HDR Backlight Control' (HDR-tegenlicht). Wanneer je deze functie gebruikt, maakt de camera automatisch een reeks opnamen met verschillende belichtingen die tot één foto worden samengevoegd. Het resultaat hiervan is een foto met veel detail in de lichte én donkere delen. Op sommige modellen is in-camera HDR beschikbaar, zodat je zelf het dynamische bereik kunt bepalen. Raadpleeg de instructiehandleiding voor meer informatie.

  • Meerdere belichtingen

Het combineren van twee of meer verschillende belichtingen kan interessante effecten opleveren.

Je kunt bijvoorbeeld een maan en sterren toevoegen aan een lege hemel of een onderwerp twee of drie keer in dezelfde scène opnemen. Effecten met meerdere belichtingen kun je ook met elke DSLR-camera en een willekeurig beeld creëren met behulp van een Fotobwerkingsprogramma.

Met een aantal nieuwere DSLR-camera’s kun je meerdere opnamen maken en die vervolgens tot één afbeelding samenvoegen. Er zijn vele mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld twee tot negen opnamen maken voor een samengevoegde afbeelding. Je kunt alle opnamen opslaan of alleen de uiteindelijke afbeelding. En je kunt aangeven hoe de opnamen moeten worden samengevoegd Functies als Additive (Additief) en Average (Gemiddeld), komen al veelvuldig voor, en Canon EOS-1D X en EOS 5D Mark III zijn ook de functies Bright (Helder) en Dark (Donker) beschikbaar. Ook de topmodellen van Nikon beschikken over deze functies.

Met Additive (Additief) worden de opnamen cumulatief samengevoegd. Omdat dit meestal een donkere afbeelding oplevert, wordt een negatieve belichtingscompensatie aanbevolen: -1 stop voor twee belichtingen, -1,5 stop voor drie belichtingen en -2 stops voor vier belichtingen.

Met Average (Gemiddeld) wordt automatisch een negatieve belichtingscompensatie toegepast, afhankelijk van het gemaakte aantal opnamen.

Met Bright/Dark (Helder/Donker) wordt de helderheid (of donkerheid) van de eerste opname vergeleken met de helderheid (of donkerheid) van de volgende opnamen. Het heldere (of donkere) gebied wordt in de afbeelding gebruikt. De kleuren kunnen worden gemengd, afhankelijk van de verhouding tussen de helderheid (of donkerheid) van de opnamen die worden vergeleken.

Als je in Live View opnamen maakt met meervoudige belichting kun je tijdens het maken van opnamen zien hoe de opnamen worden samengevoegd.

 

2           Opvallend lichtmeting:

Lichtmeting met een losse belichtingsmeter: Bij het opvallend licht heb je dus een lichtmeter nodig, en iedere fotograaf zweert bij de betrouwbaarheid van deze lichtmeting ten opzichte van de reflecterende lichtmeting. Misschien denk je waarom is deze methode nog nodig als je het resultaat direct kunt terugzien op je camera. Het is een goed punt. Maar ik laat de uitslag hiervoor echt aan de gebruiker over. Ik kan wel zeggen dat als je bijvoorbeeld productfotografie doet dat een dergelijke meter wel handig is om te gebruiken. Het scheelt gewoon in het nemen en corrigeren van de foto’s achteraf als je op voorhand de instelling al goed hebt staan.

 

 

Resumerend: een perfecte belichting onder alle omstandigheden is beslist niet eenvoudig en bovenstaande is slechts de basis. Door veel te oefenen in de praktijk wordt het steeds beter! 

 

 

 

 

Share
Joomla templates by a4joomla
Cookies make it easier for us to provide you with our services. With the usage of our services you permit us to use cookies.