De Spiegelreflexcamera

Tegenwoordig zijn de compact- en systeem camera’s voorzien van de beste elektronica waardoor zij de kwaliteit van een spiegelreflex camera evenaren en qua “gadget” gehalte zelfs overstijgen. Er zijn talloze redenen te noemen, zoals gewicht, en continu wisselen van objectieven etc., waardoor er steeds vaker gekozen wordt om een systeemcamera aan te schaffen. Snelheid en flexibiliteit blijven over om voor een spiegelreflex te kiezen. Vaak merk ik dat mensen meer flexibiliteit willen en meer van en over fotografie willen leren wanneer zij hun eerste spiegelreflex camera aanschaffen. Er is (zo)veel te leren, maar waar te beginnen? Daarom wil ik in dit artikel een flink aantal tips bespreken voor wanneer je net met een spiegelreflexcamera begint.

Vele instellingsmogelijkheden.

Een spiegelreflexcamera is misschien een stap omhoog ten opzichte van een compactcamera, maar daarmee is het nog geen magisch apparaat waardoor je opeens betere foto’s gaat maken. Door de vele instellingsmogelijkheden vergroot je echter wel de mogelijkheden om betere foto’s te maken, maar een goede fotograaf kan in de juiste omstandigheden met het juiste licht altijd een goede foto maken. Door veel te experimenteren en de camera niet altijd op de stand automatisch laten staan (waardoor je de instellingen van je camera je eigen maakt) leer je je camera beter kennen, waardoor het maken van betere foto’s een kwestie van tijd wordt.

De aanschaf is een behoorlijke investering en vaak ben je er dan nog niet mee, een extra accu en een paar extra geheugenkaartjes zijn zeker aan te raden. Het geeft je de mogelijkheid om meer te experimenteren en het verkleint de teleurstelling die een lege batterij met zich mee kan brengen. Formatteer de geheugenkaartjes het liefst alleen in je camera en gebruik de meegeleverde camera software of een losse kaartlezer met USB om de foto’s naar je PC of Mac over te zetten.

Lees voor je begint de handleiding helemaal door, niet zozeer om jezelf alles eigen te maken, maar puur om te weten wat je camera allemaal kan. Zodra je toe bent aan één of meerdere camerafuncties kun je altijd de handleiding er weer bij pakken, neem deze vooral in het begin dus altijd mee. Ook Internet of boeken zijn een perfecte aanvulling om meer te weten te komen over bepaalde foto technieken.

Koop nog niet meteen een aantal nieuwe lenzen, tenzij je precies weet welk soort fotografie je wilt gaan doen, het is beter eerst te experimenteren met de bijgeleverde zoomlens, de kitlens. De kwaliteit is meestal niet super, maar je kunt er nog steeds goede foto’s mee maken en door de beperkingen te leren kennen weet je beter waar je behoefte aan hebt.

Zoeker of LCD scherm

In tegenstelling tot de andere camera’s heeft de spiegelreflexcamera een zoeker om de compositie te bepalen. Hier komt de spiegel uit de naam spiegelreflex vandaan, het beeld van de lens wordt door middel van een opklapbare spiegel naar de zoeker gestuurd. Op het moment dat je de foto maakt klapt de spiegel omhoog zodat het licht op de sensor kan vallen, na de ingestelde sluitertijd klapt de spiegel weer om.

Door de zoeker zie je dus precies hetzelfde beeld als straks op de foto, hoewel niet alle zoekers 100% van het beeld tonen en ook de scherptediepte wordt niet direct getoond. Als je een foto maakt is het een goed idee om met je oog langs de randen van het beeld te gaan om te kijken of je niet toevallig een prullenbak of ander element in de foto hebt opgenomen die de aandacht kunnen afleiden.

Op de meeste SLR camera’s zit een functie die Liveview heet, hiermee kun je op het LCD scherm aan de achterkant van de camera het beeld bekijken. Dit levert echter een minder stabiele situatie op, je moet je handen uitgestrekt voor je houden in plaats van door de zoeker te kijken.

Dit gaat nog wel met een compactcamera, maar een spiegelreflexcamera en lens is vaak zwaarder, waardoor je grote kans hebt op onscherpte door beweging van de camera. Daarnaast zie je weinig op het LCD scherm op een dag met felle zon. Liveview is vooral handig als je de camera op statief gebruikt of je niet eenvoudig door de zoeker kunt kijken, tegenwoordig kunnen de schermpjes kantelen en kun je de camera hierdoor vanuit een ander standpunt bedienen.

Kantel- en dichtklapbaar live view scherm.

 

Met je rechterhand grijp je de grip vast, je duim achterop de camera en je wijsvinger op de ontspanknop. Met je linkerhand ondersteun je de camera, als het ware maak je een soort van platvormpje. Ondersteun met deze hand ook een stukje van de lens, hierdoor ligt de camera stabiel in je linkerhand. Breng daarna de camera naar je gezicht, doordat je je armen buigt is je camera nog stabieler. Deze meest stabiele houding wordt in korte tijd een natuurlijke houding wanneer je door de zoeker van de camera kijkt.

Semi-automatisch

In het begin is de automatische stand, of de half automatische stand (flitser wordt uitgeschakeld) prima om je camera te leren kennen en je houding te oefenen. Door in deze stand te fotograferen kun je jezelf goed op de compositie concentreren. De resultaten op de automatische stand zullen je ook niet tegenvallen, zeker niet onder de standaard omstandigheden. Maar zodra je je nieuwe camera eigen hebt gemaakt, is mijn advies om over te schakelen naar een instelling waarmee je één van de drie elementen van de belichtingsdriehoek (diafragma, sluitertijd en ISO waarde) kunt instellen, hiermee ga je echt de mogelijkheden van je van je nieuwe camera gebruiken.

Kies daarom voor één van de semi automatische standen waarmee je de één van de drie elementen van de belichtingsdriehoek kunt beïnvloeden om het gewenste resultaat te krijgen – diafragma (hoeveel licht valt er door de lens op de sensor), sluitertijd (hoe lang valt er licht op de sensor) en ISO waarde (hoe gevoelig is de sensor voor het licht dat er op valt). In de semi automatische modus zorgt de camera er voor dat de andere instellingen automatisch ingesteld worden aan de hand van jouw voorkeur.

Diafragmavoorkeur

Kies bijvoorbeeld voor diafragmavoorkeur (Av bij Canon en A bij Nikon) op het draaiwiel bovenop de camera. Hiermee kun je bepalen hoe scherp de achtergrond wordt. Hoe lager het getal, hoe onscherper je de achtergrond kunt krijgen. Dit zorgt er voor dat je onderwerp uit de achtergrond lijkt te komen, je krijgt een meer driedimensionaal beeld.

Hoe sterk het effect wordt hangt wel af van hoe ver je van je onderwerp staat en hoe ver weg de achtergrond is. Als je volledig ingezoomd je onderwerp in beeld neemt, met een laag getal en de achtergrond is een stuk verderop, dan zou je dit effect moeten zien.

In bovenstaand voorbeeld zie je het verschil tussen verschillende diafragmawaarden. Boven met diafragma f/2.8 en volledig ingezoomd met een 200 mm objectief, is alleen een deel van de bloem scherp, en de hele achtergrond is onscherp. Met diafragma f/5.6 is er precies voldoende detail van de bloem zichtbaar en de achtergrond is nog steeds perfect onscherp, de bloem springt er nog steeds uit.

Fotografeer je een landschap, dan is het vaak belangrijk om zowel op de voorgrond als de achtergrond een scherp resultaat te krijgen. Zo zie je het landschap per slot van rekening ook met je eigen ogen. Kies voor een diafragma voorkeur van rond de f/8 of f/11.

Cuba 1994 Valle de Vinales, negatief scan geen meta gegevens beschikbaar,
maar zeker genomen met een f waarde hoger dan /8.

Let op dat de camera niet automatisch een te langzame sluitertijd instelt. Dan loop je risico op beweging doordat de camera is bewogen tijdens het nemen van de foto. Probeer de sluitertijd niet onder de 1/60s of wanneer je overtuigd bent van je vaste hand niet onder 1/30s, te laten komen, afhankelijk van de zoom die je gebruikt op de lens moet dit nog wat sneller. Probeer bijvoorbeeld bij 100mm de sluitertijd niet onder de 1/160s te laten komen, bij 80mm niet onder de 1/125s.

Canon EOS M 18mm met f/8 1/60sec met ISO 100.

 Sluitertijdvoorkeur

De S stand op het draaiwiel bovenop de camera, hiermee geef je een voorkeur aan voor de sluitertijd. In fotografie worden tijden uitgedrukt in fracties van seconden, een normale sluitertijd duurt bijvoorbeeld 1/125s of 1/250s. Dit is heel kort en dit zorgt er voor dat je ook een klein beetje beweging nog scherp kunt vastleggen. Met sluitertijdvoorkeur stel je deze snelheid zelf in, de camera zoekt de andere instellingen er bij.

Sluitertijdvoorkeur kun je bijvoorbeeld gebruiken als je beweging wilt laten zien in je foto of juist beweging wilt stopzetten. Denk aan het vastleggen van een waterval, met een langere sluitertijd laat je de beweging van het water zien, iets wat met het blote oog nooit valt te zien. Zorg er dan wel voor dat je camera op een muurtje of statief rust.

Een snelle sluitertijdvoorkeur zorgt er voor dat je beweging kunt stopzetten. Om verder te gaan met het voorbeeld van water, als je een snelle sluitertijd kiest als je een fontein of kraan fotografeert, dan zul je zien dat het lijkt alsof je de afzonderlijke waterdruppels kunt tellen.

ISO Waarde

De ISO waarde geeft aan hoe gevoelig de sensor is voor het licht dat je vastlegt. Hoe hoger het getal, hoe minder licht op de sensor hoeft te vallen om dezelfde belichting te krijgen. ISO 100 is standaard voor de meeste cameramerken, ISO 200 meestal bij Nikon camera’s. In de meeste gevallen houd je deze waarde standaard zo ingesteld voor het beste resultaat.

Maar vergeet niet dat dit een handig hulpmiddel is als je bijvoorbeeld binnen of in een kerk fotografeert. Als je het diafragma wijd open hebt (een laag diafragma getal) en je sluitertijd wordt te langzaam om nog een scherp resultaat te krijgen, dan kun je de ISO waarde verhogen om de sluitertijd weer te versnellen zodat je alsnog met de camera in de hand een foto kunt nemen.

ISO is dus een ideale manier om bij minder licht toch de gewenste foto te maken. Zoals met alles heeft echter elk voordeel ook een nadeel. De lichtgevoeligheid van de sensor neemt toe, maar je loopt ook meer risico op ruis in de foto, de z.g. digitale foutjes.

Veel nieuwere camera’s bevatten tegenwoordig ruisreductie waardoor er zelfs op hoge ISO waarde nog steeds sprake is van een
acceptabele hoeveelheid ruis. Links ISO instelling op 4000 en rechts op 16000.

Afhankelijk van de kwaliteit van de sensor in de camera zie je ruis toenemen vanaf ongeveer ISO 400. Sommige camera’s zijn wat gevoeliger hiervoor dan anderen en het is in vergelijkende tests dan vaak ook een belangrijk punt. De ruisgevoeligheid bepaalt mede hoe lang je in de schemering of binnen zonder statief door kunt blijven fotograferen en toch acceptabele resultaten kunt krijgen.

Voor de ISO waarde is geen voorkeurstand, maar je kunt je camera vaak wel instellen op ‘auto ISO’. Doe dit vooral als je wisselende lichtomstandigheden hebt. De ISO waarde heeft direct gevolg voor de uiteindelijke beeldkwaliteit, het is goed te weten tot hoever je met jouw camera kunt gaan voordat je zoveel ruis ziet dat het geen mooi beeld meer oplevert. Maar wees ook niet te bang, beter een scherp beeld met wat ruis dan een onscherp ruisloos beeld.

Het is geen schande zo’n semi-automatische stand te kiezen, ik fotografeer bijna altijd op de diafragmavoorkeur stand als ik mensen en landschappen vastleg en in andere gevallen de sluitertijdvoorkeur stand. De handmatige instellingen gebruik ik met name in de studio als de situatie gelijk blijft tussen de verschillende foto’s of als ik heel veel tijd heb, bijvoorbeeld wachtend op de zonsondergang in een landschap.

Belichtingscompensatie

Het uiteindelijke doel van het nemen van een foto is dat je een interessant beeld krijgt dat niet is overbelicht (te licht) of onderbelicht (te donker). De camera heeft hiervoor een ingebouwde lichtmeter en die weet in heel veel gevallen zelf wat de juiste belichting is voor de door jou gekozen diafragma of sluitertijd. In sommige omstandigheden moet je de camera echter helpen om de juiste belichting te krijgen.

Bijvoorbeeld als in het beeld heel veel wit of heel veel zwart is opgenomen. De camera gaat altijd op zoek naar een verdeling van de lichttonen die op 18% grijs uit komt (neutraal grijs). Is er veel wit of zwart in beeld, dan kiest de camera instellingen die er voor zorgen dat het wit of zwart als grijs wordt vastgelegd. De computer in de camera heeft het in dit geval fout. Door de camera bij te sturen kun je toch een goed resultaat krijgen.

Linker foto zonder belichtingscompensatie, sneeuw is hierdoor grijs-grauwachtig, rechts met
een halve stop overbelichting.

Op de getekende schaal van de lichtmeter op de camera stel je de belichting van 0 naar +2, +1, -1 of -2 afhankelijk van het effect en de hoeveel compensatie je wilt (de meeste camera’s kun je ook zo instellen dat de stappen per 1/3e gaan). Hoe meer naar links (van 0 naar -2), hoe donkerder het beeld, hoe meer naar rechts (van 0 naar +2) hoe lichter het beeld.

Heb je een witte jurk in beeld en stelt de camera eigenlijk een te korte sluitertijd voor om naar 18% grijs te gaan, dan kun je met +1 of +2 extra licht toevoegen om toch weer een witte jurk in beeld te krijgen. Hetzelfde geldt voor de zwarte broek van de bruidegom die je bijvoorbeeld op -1 kunt fotograferen om meer echt zwart te krijgen.

Op basis van ervaring of door een testfoto te maken stel je waar nodig compensatie in. Hoe je dit bij jouw camera doet kun je in de handleiding vinden, vaak onder de term “EV” (Exposure Compensation), AEB of belichtingscompensatie. Bij de meeste camera’s kun je gebruik maken van belichtingscompensatie in een prioriteitsstand zoals diafragma- of sluitertijdvoorkeur of in P(rogramma) modus, het is dus niet noodzakelijk in de M stand te fotograferen.

Compositie

Je maakt een foto, omdat het je aanspreekt wat je ziet. Maar wat je in de echte wereld ziet laat zich niet altijd naar het tweedimensionale beeld vertalen van je monitor of een afdruk. Een belangrijk element in het fotograferen is de compositie. Onder deze term verstaan we hoe je de verschillende elementen die de foto vormen in het beeld zijn geplaatst.

Door maar een deel te fotograferen kun je laten zien hoe groot een
onderwerp is.

Bij fotografie is het belangrijk dat de kijker goed kan zien wat het onderwerp van de foto is. Door je standpunt te wijzigen, in- en uit te zoomen of door een stap vooruit of achteruit te zetten kun je elementen uitsluiten of juist toevoegen aan de foto waardoor je een beter verhaal kunt vertellen. Of door juist maar een deel van het onderwerp de hele foto te vullen kun je alle aandacht op het onderwerp vestigen (doe dit alleen met herkenbare zaken).

Het is de bedoeling dat de kijker even bij je foto blijft hangen. Bij de compositie is het belangrijk alleen die elementen in het beeld op te nemen die belangrijk zijn voor het beeld, overbodige elementen moet je zoveel mogelijk weglaten, omdat ze alleen maar afleiden van het hoofdonderwerp.

Een standaardregel in fotografie is de derdenregel. Als je goed oplet bij het bekijken van foto’s en als je tv kijkt dan zul je zien dat het onderwerp vaak op 1/3 van links of 1/3 van rechts of iets meer boven of beneden in het beeld is geplaatst in plaats van precies in het midden zoals je misschien geneigd bent te doen. Het onderwerp wordt geplaatst op één van de snijpunten van een boter-kaas-en-eieren speelveld, waardoor het beeld net iets interessanter wordt.

De vlinder is (bijna) precies in het bovenste rechtersnijpunt geplaatst.

De derdenregel is echter niet heilig, een compositie kan net zo interessant of misschien wel interessanter zijn wanneer je juist niet krampachtig aan de regel vasthoudt, maar juist voor een afwijkende compositie kiest. Wijk zoveel af als je wilt van de z.g. fotografieregels, maar weet dat ze bestaan, experimenteer dat je het een lieve lust is en maak gebruik van de regels om er daarna weer netzoveel van af te wijken. Het gaat er tenslotte om wat voor jezelf werkt en niet wat volgens de regels werkt.

Bij compositie moet je trouwens niet alleen denken aan de plaats van je onderwerp, maar ook andere elementen als lijnen, kleuren en lenskeuze spelen ook mee.

Lenzen

Over lenzen gesproken. Wat een spiegelreflexcamera extra biedt ten opzichte van een traditionele (hier staan de ontwikkelingen ook niet stil) compactcamera’s is de mogelijkheid om lenzen te wisselen. Hierdoor kun je jouw camera aanpassen aan het onderwerp dat je fotografeert. Een groothoeklens als je het hele gebouw wilt fotograferen en een telelens als je meer geïnteresseerd bent in wild-life.

Je hoeft niet een uitgebreide collectie lenzen te hebben bij de start, je kunt eerst de bijgeleverde z.g. kitlens en eventueel een zoom telelens zoals een 70-300mm lens uitproberen welke onderwerpen je liggen. Vaak kun je al door een paar stappen voor- of achteruit te zetten je onderwerp beter in beeld brengen.

Als je op zoek gaat naar een nieuwe lens, bedenk dan dat de kwaliteit van een lens een grote invloed kan hebben op het eindresultaat. Een lens gaat vele jaren langer mee dan de camera zelf, een goede aankoop kan een investering voor de toekomst zijn. Bedenk vooraf goed waar je behoeftes liggen en probeer verschillende lenzen uit. Let op dat je lenzen kiest die geschikt zijn voor je camera, Nikon lenzen werken niet op een Canon camera en vice versa (al zijn er wel adapterringen te verkrijgen).

Wanneer je de stap maakt om een dure lichtsterke lens aan te schaffen hebt wil je die natuurlijk wel beschermen. Veel fotografen zweren bij een doorzichtig UV filter voor bescherming van de lens, anderen zeggen dat een zonnekap op de lens voldoende is (dit houdt ook hinderlijke lensflare uit het beeld). Ik persoonlijk kies voor het UV filter, in de digitale “wereld” heeft deze totaal geen invloed meer op de uiteindelijke foto en ik ben daarmee niet meer verplicht om altijd de zonnekap te gebruiken. Lees hier verder.

Het licht zien

Mooi licht bepaalt voor een groot deel het succes van je foto. Veel fotografen kiezen er voor niet midden op de dag te fotograferen. Het licht is dan vrij hard, waardoor het verschil tussen lichte en donkere delen van de foto zo groot is dat de camera niet meer alle details in het donkere of lichte deel kan zien. In dat geval moet je een keuze maken.

Er zijn manieren om te voorkomen dat we die keuze moeten maken. Zo kun je fotograferen één a twee uur na zonsopkomst en voor zonsondergang. Als de zon net is opgekomen of op het punt staat om onder te gaan heeft het licht een gele gloed, bijna goud gekleurd. De zon staat dan ook vrij laag, waardoor je mooi het reliëf in het landschap ziet.

Veel landschapsfotografen fotograferen alleen tijdens deze omstandigheden, maar ook overdag kun je mooie plaatjes maken als je weet waar je op moet letten. Een model of bloemen en planten kun je bijvoorbeeld prima fotograferen in de schaduw, daar is het contrastverschil beperkt waardoor je goed de kleuren en details in je onderwerp kunt tonen.

Deze foto geeft goed weer dat het fotograferen in de avondzon ook niet altijd het gewenste effect geeft wat men ervan
verwacht, ondanks de gekozen overbelichting van 1.5 stop. (Ik kreeg geen tweede kans meer, de vogels waren gevlogen.)

Licht heeft vele eigenschappen die een fotograaf kan uitbuiten om een bepaald effect te bereiken. Licht kan sterk of zwak zijn, het onderwerp van voren, van achteren of vanaf de zijkant belichten. Licht reflecteert verschillend op verschillende oppervlakken. Licht kan binnenkomen in een hoge of lage hoek. Hard, met donkere en duidelijke schaduwen of juist zacht, bijna schaduwloos of juist gespreid met schaduwen die er wel zijn, maar niet overheersen.

Door op een bepaalde manier het licht te gebruiken kun je een eigen stempel drukken op je beelden, doe je dit lang- en onderscheidend genoeg gekoppeld aan bepaalde onderwerpen dan ontstaat er een eigen stijl die mensen zullen gaan herkennen.

Nabewerking

Veel foto’s die je online ziet zijn bewerkt op de computer. Dit kan heel beperkt zijn, het verhogen van het contrast, het verwijderen van stofjes en het bijsnijden van het beeld, tot uitgebreide bewerkingen als het vervangen van de lucht of het combineren van drie of meer foto’s. De nabewerking van foto’s is een vak op zichzelf. Je kunt echter rustig beginnen met programma’s zoals het gratis Picasa, Photoshop Elements, Paint Shop Pro, iPhoto (Mac), etc.

Als je trots bent op je foto’s wil je die natuurlijk delen met de wereld. Er zijn veel websites waar je gratis of tegen betaling je foto’s kunt uploaden en kunt vragen om kritiek. Belangrijk is dat je niet al je foto’s lukraak op het internet zet, heb je veel dezelfde foto’s probeer dan de beste uit te zoeken en te plaatsen. Veel foto’s van professionele fotografen zien alleen de fotografen zelf, ook zij maken slechte foto’s. Een eigen website kan een goed medium zijn om je foto’s te delen, met wat zoeken kun je al voorgedefinieerde sites vinden bij de verschillende website hosting sites, wil je meer dan kost dat vanzelf meer tijd. Je zult echter minder mensen bereiken dan met sites, zolas Flickr, SmugMug, etc., maar aan de andere kant, nog een keer bezig zijn met je (beste) foto’s geeft ook veel plezier.

Ik hoop dat ik met dit artikel een goed idee heb gegeven van waar te starten met een (nieuwe) spiegelreflexcamera. De andere Tips&Tricks geven meer gedetailleerde informatie en gaan dieper in op de verschillende (te fotograferen) onderwerpen.

 

Share
Joomla templates by a4joomla
Cookies make it easier for us to provide you with our services. With the usage of our services you permit us to use cookies.
Ok Decline