De keuze van de lens in composities

Het menselijk oog heeft altijd dezelfde ‘brandpuntafstand’ (mm). We kunnen niet in- of uitzoomen met onze ogen, daarvoor moeten we stappen maken. Door naar een onderwerp te kijken dat dichtbij ligt kunnen we beperkt de focus verleggen, maar in de meeste andere gevallen is het beeld van voor tot achter scherp. Door te kijken door een verrekijker of een lens kunnen we echter de werkelijkheid veranderen en een beeld zien dat we met onze ogen zelf niet kunnen zien. Daarom is de keuze van de lens voor het maken van fotografische composities zo belangrijk.

Lenskeuze

De keuze van de lens heeft een groot effect op je compositie. Met een telelens wordt het beeld in elkaar gedrukt, hoe langer de lens hoe minder diepte de foto heeft. Het perspectief wordt beperkt, het lijkt of objecten dichter bij elke staan. Een langere lens geeft meer onscherpte, maar ook meer kans op onscherpte door camerabeweging als je de camera met de hand vasthoudt.

Canon EOS 7D mark II, 400mm, 1/500s op f/5.6, ISO 6400

Groothoeklenzen leggen de nadruk op diepte, ze tonen de achtergrond en tonen het onderwerp in zijn/haar omgeving. Objecten dicht bij de lens worden vertekent waardoor je een uniek perspectief krijgt, een graspol in de voorgrond kan net zo groot worden weergegeven als de kerk in de achtergrond. Groothoeklenzen zijn geliefd bij landschapsfotografen, maar kunnen net zo gemakkelijk worden ingezet bij een sessie met modellen, zo lang je er rekening mee houdt dat objecten langs de randen of dicht bij de lens worden vertekend.

Canon EOS 7D mark II, 10mm, 1/40s op f/18, ISO 160 + ⅔ stap

Bij het maken van een compositie ligt het voor de hand voor een lens te kiezen die alle gewenste elementen in beeld neemt. We gebruiken vaak een zoomlens om niet te hoeven lopen, door in- of uit te zoomen maken we de compositie en gaan weer door. Maar de keuze van de lens is van veel grotere invloed in je composities. Wat te denken van scherptediepte, compressie en vertekening. Elk element heeft voor- en nadelen, door een bewuste keuze voor je lens kun je jouw composities merkbaar verbeteren.

Scherptediepte

Bij het fotograferen heb je te maken met een onzichtbare muur. De muur van de scherptediepte. Alles voor en achter die muur is onscherp. De ‘dikte van de muur’ – het scherpe gedeelte – is afhankelijk van de gekozen brandpuntafstand (mm), het ingestelde diafragma en de afstand tot het onderwerp.

Het punt waar je de focus legt is het meest scherp, ⅓voor dat punt en ⅔ na het punt zijn ook min of meer scherp. De combinatie van de gekozen brandpuntafstand (mm), het ingestelde diafragma en de afstand tot het onderwerp bepaalt hoe snel de scherpte afneemt.

Zoals je in het artikel over diafragma kunt lezen is het spelen met het diafragma een eenvoudige manier om de scherptediepte van de foto te beïnvloeden en met een onscherpe achtergrond meer aandacht te geven aan je onderwerp. Maar ook de brandpuntafstand van je lens heeft een groot effect. Met een telelens zal de achtergrond sneller onscherp worden dan met een groothoeklens.

Canon EOS 50D, 420mm, 1/500s op f/6.3, ISO1250, + ⅓. De bladeren op de
voorgrond leiden minder af, door een wijder diafragma zijn ze minder scherp

Ook de afstand van je onderwerp tot de achtergrond speelt mee als je op zoek bent naar een onscherpe achtergrond. Zodra de achtergrond buiten het scherptediepte veld valt wordt deze onscherp, hoe verder weg hoe minder details er nog te ontwaren zijn. Ideaal om de volle aandacht aan je onderwerp te geven.

Een telelens is een geliefde manier om een onscherpe achtergrond te krijgen, voor een portretfoto kan dit echter ook een negatief effect geven (zie later in dit artikel). Een alternatief is dan een iets kortere lens te nemen (korte brandpuntafstand) met een wijder diafragma (lager f-getal), bijvoorbeeld een f/2.8 in plaats van een f/4 lens.

Heb je het echter over landschapsfotografie, dan wil je (over het algemeen) zowel de voorgrond als de achtergrond scherp weer geven. Zo ziet het menselijk oog het landschap per slot van rekening. Het is dan van belang een dicht diafragma te kiezen (een hoog f-getal), zoals bijvoorbeeld f/11 of f/16. Met een groothoeklens hoeft het diafragma minder ver dicht dan met een telelens.

Afwijken van de norm: langzame sluitertijd i.p.v. snelle om snelheid weer te geven
Canon EOS 7D Mark II, 100mm, 1/160s op f/4.5, ISO 200

Op de DOFMaster site kun je bekijken wat het effect van de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp is op de focusafstand voor dichtbij en veraf. Geef het aantal mm van de lens in en selecteer je camera uit de lijst. Vervolgens wordt er een lijst weergegeven met verticaal de afstanden tot het onderwerp en horizontaal de diafragma waarde.

Met Near wordt aangegeven vanaf welke afstand de voorgrond scherp is, met Far wordt aangegeven tot welke afstand de achtergrond scherp is. vanaf een bepaald punt is de achtergrond scherp tot in het oneindige (infinity). Onderaan staat ook de Hyperfocal Distance (hyperfocale afstand) vermeld, als je op dit punt scherpstelt krijg je de maximale scherptediepte voor die diafragma & brandpuntafstand combinatie.

Door aandacht te besteden aan de scherptediepte kun je aandacht geven aan het belangrijkste element van de foto, de compositie versimpelen of het oog door het beeld leiden.

Compressie

Gebruik van een telelens is een handige manier om dichter bij het onderwerp te komen, soms kun je op geen andere manier je onderwerp beeldvullend in beeld krijgen (denk aan een klif, water of een wild dier dat verstoord wordt).

Canon EOS 50D, 400mm, 1/125s op f/6.3, ISO 500.
Telelens handige manier om dichter bij het onderwerp te komen.

Maar in andere gevallen biedt het gebruik van een telelens de mogelijkheid om de aandacht op je onderwerp te richten door de achtergrond onscherp te maken, elementen in het beeld die eigenlijk ver van elkaar staan samen te voegen of de compositie te versimpelen door het aantal elementen in beeld te beperken.

Zoals je hebt kunnen zien in de paragraaf scherptediepte kun je meer aandacht geven aan je onderwerp door de achtergrond onscherp te maken. Het onderwerp springt dan bijna uit de foto. Dit kun je eenvoudig doen door het diafragma te wijzigen, maar onderschat ook niet de rol van een telelens.

Je kunt dit zelf proberen met bijvoorbeeld een 70-200 of 70-300 zoomlens. Neem eerst een foto van je onderwerp op 70mm, je zult zien dat er vrij veel van de omgeving zichtbaar is, je plaatst je onderwerp in de context van de omgeving. Kies nu het andere uiterste van de lens, 200 of 300mm, loop een stuk naar achteren en probeer je onderwerp even groot in het beeld te plaatsen. Je zult zien dat er in het tweede beeld veel minder zichtbaar is in de achtergrond, het is duidelijker wat het onderwerp is en door de onscherpe achtergrond is het beeld nog rustiger geworden.

In bovenstaand voorbeeld is de telelens niet gebruikt om dichter bij de persoon te komen, we zijn zelfs verder naar achteren gegaan om een even groot beeld te krijgen, maar de lens is gebruikt om de compositie te versimpelen en meer aandacht te geven aan het eigenlijke onderwerp. Beide toepassingen zijn valide, afhankelijk van wat je met de foto wilt bereiken kies je voor het ene of andere uiterste of alles er tussenin.

Een ander effect van de telelens is de compressie van de compositie. Vaak ten onterechte aangeduid als lenscompressie, maar dit is niet juist. De compressie komt niet door het gebruik van de telelens, maar doordat je verder weg van je onderwerp gaat staan om deze goed in beeld te krijgen. Hoe verder je van je onderwerp staat, hoe dichter de achtergrond bij het onderwerp komt te liggen. Door een telelens te gebruiken en verder van je onderwerp te gaan staan kun je dus elementen in de foto dichter bij elkaar laten lijken.

Als je bijvoorbeeld de zon met een boom ervoor beeldvullend wilt fotograferen en je laat de boom het beeld vullen door 2x in te zoomen, dan is de zon maar 2x keer groter dan normaal en vult de zon niet het beeld. Ga je nu echter een paar honderd meter naar achteren, zoom je weer in, maar nu 20x, dan is de boom nog steeds beeldvullend, maar de zon wordt nu ook 20x groter in het beeld weergegeven. Op deze manier kun je dus een telelens gebruiken om het perspectief te wijzigen en een compleet andere foto te maken.

Dankzij de telelens was het mogelijk om het beeld volledig te vullen met de wolf.
Canon EOS 7D Mark II, 400mm, 1/500s op f/5.6, ISO 160

Door deze compressie kun je composities maken met situaties die er voor het menselijke oog eigenlijk niet zijn of heb je een eenvoudige manier om een niet interessant middelste gedeelte van een landschap ‘over te slaan’. Er zit ook een gevaar in, een lantaarnpaal of boom die ver van je onderwerp stond kan met een telelens er uit komen te zien alsof die uit het hoofd van je onderwerp groeit.

Met een groothoeklens heb je het andere uiterste, je kunt veel elementen in het beeld opnemen en de verschillende elementen liggen verder uit elkaar. Dit kan helpen om een scheiding tussen de elementen te geven en zowel de voorgrond als achtergrond compleet in het beeld op te nemen. Je moet er dan wel voor waken dat de elementen niet los van elkaar komen te liggen waardoor er eigenlijk meerdere beelden in het beeld ontstaan. Dat is de uitdaging van een groothoeklens.

Canon EOS 50D, 18mm, 1/800s op f/8, ISO 200
Veel mensen leiden de aandacht af van de molen, er zitten dus teveel elementen in de foto.

 

Met de keuze voor de lens kun je het beeld naar wens comprimeren (telelens) of juist zo diep mogelijk maken (groothoeklens). Wil je juist wel of juist niet de afzonderlijke pilaren laten zien in je beeld, wel of niet de steen in de voorgrond opnemen en wel of niet de persoon in zijn omgeving laten zien.

Vertekening

Afhankelijk van de afstand tot je onderwerp, de plaatsing van het onderwerp binnen het kader en de brandpuntafstand van de lens kan er meer of minder vertekening optreden. Een lens buigt lichtstralen om en geeft hiermee de wereld anders weer dan het menselijk oog. Afhankelijk van de brandpuntafstand zal het beeld meer of minder vervormen, dit heeft effect op hoe gezichten en objecten er uit zien in foto’s.

Dit zie je heel duidelijk met een groothoeklens op zijn wijdste stand, als je de lens schuin naar boven richt om het gehele gebouw er op te krijgen, gaan de lijnen schuin lopen. Maar ook een telelens op de verste stand heeft een merkbaar effect als je weet waar je naar moet kijken.

De fotograaf Stephen Eastwood heeft op zijn website een serie foto’s geplaatst van het gezicht van een model genomen op verschillende brandpuntafstanden, van 350 tot 19mm. De gezichten zijn allemaal op een gelijke plek in het beeld geplaatst zodat vergelijken eenvoudig is.

Door voor een specifieke brandpuntafstand te kiezen introduceer je meer of juist minder vertekening in het beeld

Als je de foto’s vergelijkt zie je in eerste instantie niets verkeerd aan de 350mm foto, maar gaandeweg richting 135-70mm krijgt het gezicht een natuurlijker aanblik en ziet het er minder plat en breed uit. Na 70mm gaat het de andere kant op, het gezicht wordt dunner en de neus wordt vreemd weergegeven.

Afhankelijk van de brandpuntafstand wordt het gezicht iets mooier of iets lelijker. Zonder vergelijkingsmateriaal is dit niet meteen duidelijk en het effect is soms subtiel, voor de kijker die het model niet kent is het echter de waarheid.

Alle beelden zijn genomen met een full-frame (35mm) camera, voor de meeste camera’s deel je de mm waarde door 1,5 of 1,6. Voor natuurgetrouwe gezichten met een ‘crop-camera’ moet je dus denken aan een bereik van 50-100mm.

Natuurlijk, als je het perspectief wijzigt kun je het effect mogelijk tegen gaan. Ook is niet elk gezicht gelijk, een bepaalde brandpuntafstand ziet er bij de ene persoon beter uit dan bij de andere. Belangrijk is dat je leert waar te kijken en welk effect je lenskeuze heeft op je onderwerp. Als je dit weet kun je een bewuste keuze maken om een bepaalde brandpuntafstand te gebruik Er is geen goed of fout, zo lang je keuze maar een bewuste keuze is.

Het is heel makkelijk om te denken ‘groothoek voor landschap’ en ‘telelens voor wild-life of de dierentuin’ en bij die keuze te blijven zodat je niet steeds van lens hoeft te wisselen. Of alleen maar te fotograferen met die handige zoomlens waardoor je geen stap extra hoeft te zetten. Elke compositie vraagt om een andere aanpak, waar er met de ene lens helemaal geen compositie is, zijn de mogelijkheden voor composities opeens eindeloos met de andere lens. Probeer te experimenteren met je standpunt en brandpuntafstand en af te wijken van de zogenaamde regels.

 

Share
Joomla templates by a4joomla
Cookies make it easier for us to provide you with our services. With the usage of our services you permit us to use cookies.