Tips voor landschapsfotografie

Naast portretfotografie is landschapsfotografie samen met natuurfotografie één van de populairste vormen van fotografie. Een mooi landschap aan de muur scoort altijd goed. Als je er eenmaal oog voor hebt barst het van de mooie plekjes op de wereld om vast te leggen. Onderstaand alvast wat tips om je op weg te helpen.

Eén van de belangrijkste factoren bij een landschapsfoto is het licht, dit kan de foto maken, maar zeker ook breken. Je kunt nog zo’n goede plek hebben gevonden, als het juiste licht ontbreekt heb je niet de top foto waar je naar op zoek bent. Een goede eigenschap van een landschapsfotograaf is dan ook het hebben van geduld. Het geduld om te wachten tot de omstandigheden precies goed zijn, maar ook het geduld om meerdere keren naar dezelfde locatie terug te keren. En dat kan ook betekenen dat je meerdere keren om vier uur opstaat om juist naar die je fotolocatie te gaan! Helaas op rondreizen gaat dit niet altijd, of je bent er te kort of op alle dagen zit het weer niet mee.

Wanneer ik de kans had gehad had was ik veel vroeger naar onderstaande locatie gegaan en was ik zeker tegen het
vallen van de avond nogmaals teruggegaan. (La Gran Sabana Venezuela.)

Vroeg of laat op de dag? Ja, want het licht is op zijn best een korte periode tijdens de zonsopkomst en een korte periode tijdens de zonsondergang, het zogenaamde gouden uurtje. Het licht heeft dan een mooie warme gloed (die ‘s avonds vaak sterker is dan ‘s ochtends door de hoeveelheid stof in de atmosfeer) die het landschap mooi kan accentueren. Dit zijn ook vaak de best scorende landschappen. Dat betekent wel vroeg opstaan of laat gaan slapen, zeker in de zomer.

Doordat in de zomer de zon al zo snel hoog aan de hemel staat en erg fel is verlies je na tien a elf uur ’s ochtends en voor een uur of drie a vier heel veel contrast in je foto. De zon staat dan recht van boven en maakt oppervlakken vlakker dan als je zonlicht hebt dat onder een hoek binnen komt. Probeer in de zomer (of tijdens je reis) iets vroeger op pad te gaan naar een locatie om foto’s te maken met zonlicht onder een hoek en dan op het heetst van de dag de camera even op te bergen en/of juist de foto’s te maken van de onderwerpen en locaties die je nooit meer tegen komt.

Zonsondergang, een mooi moment voor fotografie. Zoeken naar evenwicht tussen het kunstlicht en het licht van de
ondergaande zon. Op deze foto is door het kunstlicht voldoende detail zichtbaar van de molens. (Kinderdijk The Netherlands)

In Nederland, in de herfst, winter en in de lente is dit makkelijker, de zon komt later op en op het hoogtepunt van de winter bereikt de zon al rond half-één zijn hoogste punt. Dit betekent dat het mooie licht rond drie uur al weer te vinden is en tegen vijven is de zon al weer onder. De kans op ochtendmist is in die periode ook groter, vaak een sfeer verhogend element in een foto.

Persoonlijk is vroeg in de ochtend opstaan niet mijn sterkste punt, maar tijdens mijn reizen laat ik mij regelmatig overhalen om deze momenten vast te leggen.

Ochtendmist over het Amazoneregenwoud (uitkijktoren Cristalino Lodge).

Het geeft dus regelmatig teleurstellingen en het vraagt dus om een goede dosis doorzettingsvermogen, zeker wanneer je bedenkt dat de weersomstandigheden lang niet altijd ideaal zijn. Er kan net een wolk voor de zon schuiven wanneer je op de locatie aankomt. Betekent dit dan dat je dan alleen op pad kunt gaan tijdens schitterende zonnige dagen? Absoluut niet, juist tijdens stormachtige omstandigheden is er weer een ander soort kwaliteit van het licht, waardoor het landschap een dramatisch uiterlijk krijgt. Het zal heus voor mij niet de laatste keer zijn dat ik nog net even dacht om een paar mooie foto’s te schieten tegen het vallen van de avond en er op dat moment donkere regenwolken binnen kwamen drijven en mij met een nat pak opzadelen in plaats van een serie mooie zonsondergangen. Sowieso is dat risico erg groot met reizen naar het regenwoud en ook hier in Nederland kan de regen onverwacht toeslaan.

Geen tropische bui maar een prachtig roodgekleurde hemel boven de Pantanal.

Voorbereiding

Hoe vind je nu dat schitterende landschap? Tijdens je voorbereiding zijn fotosites als Flickr en SmugMug samen met Google een prachtig stuk gereedschap om indrukken op te doen. En wanneer je op reis bent, overleg met je reisgids. Ik kan me goed voorstellen dat men zich van tevoren al een beeld wil vormen van de te bezoeken plaatsen. Op reis krijg je tenslotte niet gauw een tweede kans! Google-Maps en Google-Earth zijn hier handige tools, hoewel dunbevolkte gebieden niet altijd even gedetailleerd in kaart/beeld zijn gebracht. Google Earth laat ook de positie van de zon zien, met een schuifbalk breng je de verschillende momenten van de dag in beeld, inclusief zonsopkomst en -ondergang. Vooral handig om uit te zoeken aan welke kant je de zon kunt verwachten. Veel landschappen zijn alleen op hun best tijdens een bepaald deel van de dag, zelden de hele dag.

Google Earth is ideaal om te bekijken waar en wanneer de zonsondergang zal plaatsvinden en
wat het effect op de omgeving kan zijn (mits te omstandigheden goed zijn).

Wat ik voor mezelf belangrijk vind, en het maakt eigenlijk niet uit of ik nu kort of lang in een gebied ben, ik probeer altijd een kaart te pakken te krijgen met een behoorlijk veel detailniveau. Hierop kun je potentiële riviertjes, vijvertjes, watervallen, heuvels, wandelroutes in beeld krijgen. Boekjes met wandel- en fietsroutes helpen ook, die gaan vaak langs mooie gebieden.

Is het voor m’n reizen dan is het handig om het gebied al in kaart te hebben om juist die plekken op te zoeken. Hieronder een voorbeeld. Voordat we deze lagune gingen bezoeken was het voor ons al zeker vanaf welke plaats we deze lagune moesten bezoeken. De ara’s komen tegen het vallen van de avond terug bij de lagune, er is dus maar kort tijd om wat foto’s te maken. Door ons van tevoren te oriënteren hebben we geen tijd verloren aan het zoeken van een goede plek om foto’s te maken.

Weinig tijd om Ara’s te kunnen fotograferen tijdens het vallen van de avond. (Bom Jardim, Brazilië)

Wanneer de mogelijkheden er zijn gebruik ik overdag de tijd om de situatie te verkennen en/of te beoordelen. Ondanks dat het licht vaak niet is wat je wilt, kun je wel een goede indruk krijgen van het geheel, waar staat de zon, waar gaat hij straks onder, wil ik een tegenlicht foto maken, of een zonsondergang of juist met het licht mee fotograferen. Vragen die je op dat moment jezelf kunt stellen en daar dus op anticiperen wanneer je daadwerkelijk foto’s gaat maken.

Tenslotte niets is zo ergerlijk als tijdens de zonsondergang nog naar een plek op weg moeten gaan en dan te ontdekken dat je aan de verkeerde kant staat of dat een andere hoek een beter idee was.

Ga je vroeg op stap, pak dan alle spullen de avond daarvoor al bij elkaar. Zorg dat al je batterijen zijn opgeladen, je lenzen schoon zijn, draai alvast de ‘quick release plate’ van je statief in je camera, controleer dat de ISO-stand weer op 100 staat en zorg ervoor dat al je geheugenkaartjes leeg zijn.

Lenzen

Landschappen zijn vaak groots en meeslepend, daar hoort een wijde blik op de wereld bij en dus een groothoeklens. Een groothoeklens is in de 35mm (full frame) definitie een lens die 24mm en korter is. Omgerekend naar digitale camera’s met een ‘cropfactor’ van 1,5-1,6x betekent dit dat je bij ongeveer 16mm spreekt over groothoek. Er zijn ook lenzen die starten bij 11-12mm, we spreken dan van ultragroothoek.

Een voordeel van een groothoeklens is dat ze vaak erg scherp zijn en een grote scherptediepte hebben. Als landschapsfotograaf ben je bijna altijd op zoek naar maximale scherpte voor een scene om zoveel mogelijk detail van het landschap te tonen. Blijf niet op afstand van het landschap, maar duik erin. Met een groothoeklens kun je heel dicht op stenen en rotsen komen, deze scherp in beeld hebben en ook nog een groot deel van het landschap tonen.

De groothoeklens zorgt dat het accent op de lama’s valt en dat er toch veel op de foto staat.
Wat dichtbij is komt groot over. (Andes gebergte - Peru)

Maar vergeet ook de telelens niet, soms werkt een landschap niet goed in de breedte, maar met de telelens kan wel net dat mooi detailbeeld van een eenzame boom worden gefotografeerd. Ook kun je gebruik maken van de compressie van het beeld die een telelens geeft. Hierdoor lijken de elementen uit de scene dichter op elkaar te staan. Ook werkt een tele- of macrolens erg goed om de sfeer van een plek vast te leggen, net die kleine details die de plek bijzonder of interessant maken. Hierdoor bied je de kijker een totaalbeeld van een plek.

De werkwijze die ik vaak verkies is om eerst het grote beeld vast te leggen en daarna steeds meer in te zoomen (met de lens of – vaker – door te lopen). Hierdoor kun je een hele scene doorwerken en op vele verschillende manieren benutten.

Belichting

Voor het fotograferen van landschap werk ik vaak met de AV-stand, deze geeft de diafragma voorkeur aan de camera door en zoekt daar een geschikte sluitertijd bij. Aan de hand van het histogram bepaald ik of onderbelichting of juist overbelichting nodig is met behulp van de -2 tot +2 sluitertijd compensatie. Is meer compensatie nodig, dan schakel ik over naar de manuele stand voor complete controle.

Gebruik ook de portret stand tijdens landschapsfotografie

Het histogram geeft een goede indicatie over een bepaalde delen van de foto overbelicht zijn of niet. Witte delen (waarin geen detail meer is te zien) worden met door middel van knipperende rode vlekken weergegeven op het LCD-scherm. In de meeste gevallen kun je beter iets onderbelichten en dan door middel van software correcties detail uit de schaduwen terug halen dan dat je detail verliest in de witte delen. Bij digitale fotografie zijn die niet meer te redden.

Compositie

Het zou echter wel heel makkelijk zijn als je gewoon met je groothoeklens kon komen opdagen, op de wijdste stand een foto nemen en klaar. Maar zo makkelijk is het niet. Zeker met een groothoek is het erg belangrijk dat de foto interessant is om te bekijken, soms kun je beter elementen weglaten, soms accentueren deze juist de foto. Doordat je heel ver weg kunt kijken is het belangrijk om te zorgen dat zowel op de voorgrond als in het middendeel als achterin de foto iets van interesse is te zien. Het oog moet als het ware door het landschap kunnen navigeren.

Maak daarom gebruik van paden, muurtjes en riviertjes die zich in het landschap bevinden en die het oog verder het beeld in kunnen leiden, of voor een extra effect zorgen. Ook bomen, struiken en rotsen kunnen heel goed dienen om extra interesse toe te voegen.

Maak gebruik van wegen en/of bruggen om de kijker het beeld in te trekken.

Van een foto op zichzelf is het voor de kijker soms heel lastig te beoordelen hoe groots het landschap is waarin je je hebt bevonden. Een goede manier om de schaal duidelijk te maken is door iets in de foto te plaatsen waarmee de kijker de verhoudingen kan herleiden. Bijvoorbeeld een heel dorp, een auto, een huis of een persoon.

Herkenbare onderwerpen in een foto laten zien hoe wijds het landschap is.

Zoals gezegd speelt ook licht een grote rol. Waar je staat ten opzichte van het licht bepaalt voor een groot deel wat je kunt fotograferen. Valt het licht schuin het landschap binnen, dan worden vooral de patronen duidelijk. Glooiende heuvels, reliëf in muurtjes etc. Ook met tegenlicht kun je prima een landschap fotograferen. Als je de belichting instelt op de lucht krijg je al snel een silhouet. Dit stelt hogere eisen aan je compositie. Je oog richt zich op kleur (eerst lichte kleuren en dan donkere kleuren), maar in dit geval ontbreekt de kleur in het onderwerp.

Zeezicht, silhouet van schepen op Tobago

Is er een mooie lucht te zien, kies er dan voor om zoveel mogelijk van de lucht in beeld te brengen. 2/3 lucht en 1/3 grond is dan een mooie verhouding. Hiermee leg je extra nadruk op de lucht, de grond is minder belangrijk geworden. Belangrijk is dat de horizon absoluut recht staat, maar niet in het midden van de foto staat. Is de lucht juist saai (wit of geen wolkjes te zien), neem dan juist meer grond op in de foto. Staan er vuurtorens of molens in het landschap, dan lenen deze zich vaak voor fotograferen in de portretstand. Hierdoor past het gebouw er ruimer op dan als je een horizontale compositie zoekt en deze manier van fotograferen voelt in dat geval ook natuurlijker aan.

Uitgelicht, één van de molens in Kinderdijk

Focus

Een lastig punt bij landschapsfotografie is het bepalen van de focus. Eerder gaf ik aan dat het belangrijk is dat er zowel in de voorgrond als in de achtergrond iets te zien is. Het is ook belangrijk dat alle onderdelen zo scherp mogelijk zijn, zeker als een foto groot wordt afgedrukt. Aangezien de afstand tussen de voor- en achtergrond in landschappen vaak over tientallen of honderden meters gaat betekent dit dat een grote scherptediepte nodig is (vandaar het dichtgeknepen diafragma, de hoge f-waarden).

De combinatie diafragma, brandpuntafstand en afstand van het onderwerp tot de camera leveren een specifieke focusdiepte op. De focusdiepte bestaat uit een aantal onderdelen. Allereerst de minimale focusafstand (focus dichtbij), het begin van de scherptediepte. Vervolgens is er de afstand van scherpte tot het onderwerp (1/3 van de totale scherptediepte) en de afstand van het onderwerp tot een onscherpe achtergrond (2/3 van de totale scherptediepte). Deze afstanden bij elkaar opgeteld vormen de verre focus, het einde van de scherptediepte.

Het einde van de scherptediepte kunnen we gebruiken om het focuspunt te bepalen. Aangezien een kleiner deel van de voorgrond scherp is dan van de achtergrond, moet de focus in ieder geval richting de voorgrond liggen. Hier komt de ‘regel’ vandaan dat dit het beste is om de focus op het onderste deel van het frame te leggen, op ongeveer 2/3 hoogte van de bovenkant. Dit is soms waar de horizon ligt (als je gebruik maakt van de regel van derden), maar kan ook de locatie van een rots of een boom zijn. Op deze manier garandeer je de maximale scherptediepte in een foto.

Op de DOFMaster site kun je bekijken wat het effect van de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp is op de focusafstand voor dichtbij en veraf. Geef het aantal mm van de lens in en selecteer je camera uit de lijst. Vervolgens wordt er een lijst weergegeven met verticaal de afstanden tot het onderwerp en horizontaal de diafragma waarde. Met Near wordt aangegeven vanaf welke afstand de voorgrond scherp is, met Far wordt aangegeven tot welke afstand de achtergrond scherp is. Vanaf een bepaald punt is de achtergrond scherp tot in het oneindige (infinity). Onderaan staat ook de Hyperfocal Distance (hyperfocale afstand) vermeld, als je op dit punt scherpstelt krijg je de maximale scherptediepte voor die diafragma & brandpuntafstand combinatie.

De calculator geeft aan wat de dichtstbijzijnde afstand is waarop het onderwerp scherp is (Near)
en wat de verst gelegen afstand is waarop het onderwerp scherp is (Far)
bij een specifiek diafragma en afstand tot het onderwerp.

Filters

Ondanks dat je tegenwoordig met Photoshop een heel eind komt, sommige filters kun je digitaal toch nog niet vervangen. Ik ga geen moment op stap zonder dat ik een aantal polarisatie– en gradueel dichtheidsfilters bij me heb. Vooral die laatste zijn enorm handig tijdens het fotograferen van landschappen. Dit filter, dat je voor de lens plaatst, begint bovenaan (of onderaan, afhankelijk van hoe je hem plaatst) heel donker en loopt dan langzaam over naar het onderste deel dat volledig doorzichtig is. Het donkere deel zorgt ervoor dat er minder licht op dat deel van de sensor kan vallen waardoor het contrastverschil tussen de lucht (licht) en het landschap (donker) minder wordt. Ze komen in verschillende sterkten, afhankelijk van de omstandigheden, en zorgen ervoor dat de lucht niet wit uitgebeten raakt bij een goede belichting van het landschap, maar nog voldoende detail laat zien.

Met een polarisatiefilter zorg ik er voor dat reflecties worden tegengegaan in water, maar ook dat makkelijker is om een langere sluitertijd te kiezen (zonder over te belichten) zodat de beweging van stromend water in de foto naar voren komt.

Statief

Landschapsfotografen zweren bij een goed (stevig, licht) statief, denk hierbij aan carbon. Voldoende scherpte is van absoluut belang bij een landschapsfoto, wat betekent dat er met een klein diafragma (een hoge f-waarde) wordt gewerkt en dat sluitertijden al snel te lang worden om de camera met de hand vast te houden. Zeker als de hoeveelheid beschikbaar licht tijdens een zonsopkomst- of ondergang beperkt is. Een statief dwingt je ook om meer bedachtzaam te werk te gaan, meerdere composities te onderzoeken en heel precies te werk te gaan. Ondanks dat het meeslepen van een statief vaak als een hindernis wordt ervaren is het toch altijd de moeite waard.

Volcan Poas – Costa Rica

Zorg ervoor dat je statief stabiel staat zodat je camera niet kan omvallen en de wind er geen vat op heeft. Vooral in open landschappen kan er erg veel wind waaien en dat zie je meteen in de resultaten, zeker bij langere sluitertijden. Verhoog desnoods de ISO-waarden om de sluitertijden zo snel mogelijk te maken. Je kunt ook nog je tas aan het statief hangen, de meeste statieven hebben daar een haakje voor. Maak ook gebruik van een draadontspanner of van een afstandsbediening, wanneer de sluiterknop ingedrukt wordt, gaat er toch nog altijd een kleine trilling door de camera. En als laatste, let erop dat je camera horizontaal staat.

Het goed fotograferen van een landschap komt neer op een goede voorbereiding, een goede compositie (verdeel je foto, afhankelijk van het weer) en een hele flinke dosis geluk. Hoe meer ervaring je hebt, hoe makkelijker het wordt om dit geluk af te dwingen. Hoe moeilijker het is om een landschap te vatten, hoe groter het gevoel van voldoening is wanneer dit dan uiteindelijk lukt.

 

 

Share
Joomla templates by a4joomla
Cookies make it easier for us to provide you with our services. With the usage of our services you permit us to use cookies.
Ok Decline